Beleving en belevenissen: Maratona dles Dolomites 2006.
Zondag 2 juli 2006 05:15 uur in de ochtend. Drie Snelverzetters, Chris Schmidt, Erik Volger en de schrijver zijn op weg van het hotel in Pedraces naar de start van de Maratona dles Dolomites in La Villa. De weg waarover we rijden is dan al vrij van overig verkeer en langs de kant staan palen met kleurige banieren van de Maratona. Van links en rechts voegen zich andere fietsers bij ons en tegen de tijd dat we La Villa binnenrijden is de weg gevuld met kleurrijk geklede mannen en vrouwen die zich allen naar het toegewezen startvak begeven. Wij mogen doorrijden naar het tweede startvak direct achter de elite en VIP’s. Zo ver mogelijk naar voren doorrijdend en aanschuivend komen we uit op een plek waar we het startdoek kunnen zien. Ik schat dat er zo’n 1500 deelnemers vóór ons staan wat betekent dat er voorlopig 7000 achter ons aan zullen rijden.
Het wachten begint. De start is om 06:15. Ik hoor verschillende talen maar toch vooral Italiaans. Er heerst een sfeer van enigszins nerveuze maar ook verwachtingsvolle spanning over wat gaat komen. We praten wat met elkaar en kijken om ons heen, foto’s worden gemaakt. De zon bevindt zich nog achter de bergen en het is koud, 7 graden slechts. Muziek klinkt uit de luidspreker waar we vlak bij staan. Het is muziek die past bij het teken waarin deze 20e editie van de Maratona staat: Tashi Delek! Een Tibetaanse groet waarbij Tashi betekent dat je de ontvanger positieve en goede dingen toewenst en Delek betekent vrede, maar dan een universele vrede, vrij van frustraties, woede en haat.
Een deel van het inschrijvingsgeld wordt elk jaar geschonken aan een goed doel en dit jaar is het voor een betere opleiding en kansen voor de kinderen van Tibet.
De speaker vult de tijd op met poëzie (o.a. Dante Alighieri) en proza in drie talen waaruit blijkt dat hij feilloos aanvoelt wat er omgaat in de menigte. Samen met de muziek o.a. van Philip Glass, en Boeddhistische monniken (Mantra of Compassion, Lotus Sunset en Blessings for Life) brengt het je helemaal in de ban van het gebodene en de tijd vliegt voorbij.
Dan komt er een helikopter overgevlogen die een metalen raamwerk sleept waaraan gekleurde linten hangen, een verwijzing naar dat andere thema van deze rit: De kleuren van Tibet waarbij rood de dominante kleur is voor de race maar samen met de andere kleuren zal zorgen voor een harmonieuze en vreugdevolle sportieve sfeer. Een tweede heli komt over. Iedereen kijkt op en vooral onder de Italianen ontstaat enige opwinding. Velen zwaaien als de heli dichterbij komt en inderdaad, in de openstaande deur is een persoon met een grote camera zichtbaar; de directe TV uitzending van RAI 3 is begonnen! Tot het middaguur wordt de rit integraal live uitgezonden. Het tijdstip van vertrek nadert. De zegen over alle deelnemers wordt uitgesproken door een priester en door of namens de Dalai Lama, het aftellen begint. Wij en velen om ons heen, wensen elkaar succes en een mooie rit en om exact 06:15 klinkt het startschot.
Ik klik een voet in het pedaal en….step langzaam voorwaarts. Het duurt enige tijd voor de compacte massa om mij heen in beweging komt maar dan eindelijk kan ik fietsen en om 06:17:32,8 passeer ik de matten waarmee ik officieel van start ben gegaan. Enige tijd is er geen sprake van een eigen tempo rijden maar dat duurt gelukkig niet zo heel lang al blijft het erg druk en moet je zeer attent blijven op wat er om je heen gebeurt. We naderen Corvara waar ook nu al heel wat mensen langs de weg staan om ons aan te moedigen. Chris en Erik ben ik al lang uit het oog verloren als ik aan de eerste keer Campolongo begin. Vele snellere rijders proberen zich hier een weg te banen door de menigte die voor hen gestart is en dat gaat niet altijd even gemakkelijk maar over het geheel genomen toch in een goede sfeer. Na enkele haarspeldbochten zie ik echter dat vlak voor mij twee fietsers ronduit brutaal door een derde worden gesneden omdat deze persé als eerste door een gaatje wilde dat feitelijk voor de twee anderen werd gemaakt. Enige, in mijn ogen terechte, Italiaanse krachttermen worden de man nageroepen die echter niet op of om kijkt. Ik kijk naar het nummer en de naam op de rug van de wegpiraat en voel enige plaatsvervangende schaamte, een Nederlander natuurlijk(?).
De klim is voor de meesten niet al te moeilijk en geleidelijk ontstaat er enige ruimte om me heen waardoor ik wat meer ontspannen kan rijden en ook wat om me heen kan kijken naar het schitterende en vooral indrukwekkende landschap. Na enige tijd nader ik een andere landgenoot met net zulk grijs haar als ik, al draagt hij het in een staartje onder zijn helm uit. Ik lees zijn naam, Derk V. 54jr, en als ik naast hem kom groet ik hem en denk een praatje aan te knopen. Hij groet me nog net terug maar voor ik nog iets kan zeggen gaat hij op de pedalen staan en rijdt van mij weg. Ik ben even perplex maar haal dan denkbeeldig de schouders op en denk even aan het motto van vandaag: Tashi Delek! Voelt zich zeker te goed voor mij. Ik heb hem ook niet meer terug gezien al moet ik hem ergens nog voorbij gegaan zijn want uiteindelijk heeft hij ruim 20 minuten meer nodig gehad dan ik.
Op de top aangekomen begin ik meteen aan de afdaling die niet al te lang of moeilijk is. Kort voor we Arraba binnen rijden zie ik Peter Brouwer passeren, hij heeft in een ander vak, meer naar achteren, moeten starten en heeft hier de achterstand op mij goedgemaakt. Onderaan de afdaling in Arraba rechtsaf en dan begint meteen de klim naar de Passo Pordoi. Een lange maar ook heel mooie klim met 34 bochten. Intussen is de zon boven de bergen uitgekomen en lange schaduwen trekken de fietsers voort de berg op. Ik rijd tussen twee anderen en zie op een gegeven moment een schaduw verschijnen tussen mijzelf en de man naast mij. Iemands schaduw klimt sneller en zal er wel langs willen. De schaduw blijft echter enigszins achter ons en ik denk dat de fietser die er aan vast zit de ruimte te smal vind om er zonder ons te verdringen door te gaan. Ik wijk iets uit en geef met een handgebaar te kennen dat hij er door kan. De schaduw komt weer dichterbij en op het moment dat zijn schaduw en de mijne op gelijke hoogte zijn klinkt het: “Dankeschön” en de Duitser die aan die schaduw vastzit knikt mij vriendelijk toe en vervolgt zijn weg omhoog. Zo kan het ook! Gestaag klim ik door in een rustig tempo terwijl ik even mijn gedachten laat afdwalen naar de afgelopen week.
Het voornemen om een voor mij goede tijd te zetten heb ik al lang laten varen. Juist in de week voor we naar Italië vertrokken liep ik een vervelende virusinfectie op die mij fysiek behoorlijk aantastte. Had ik een prestatie willen leveren dan had ik in de eerste plaats rust moeten nemen om het herstel te bevorderen maar als ik nu terugdenk aan de prachtige tochten die we hier met zijn drieën de afgelopen week gemaakt hebben dan heb ik nog geen seconde spijt dat ik er voor gekozen heb door te gaan. Wat zou het me opgeleverd hebben, 15-30 minuten hooguit. Daarvoor dan die prachtige ritten rond de Sella groep maar ook over de Fedaia, door het bos noord van Pedraces en vooral over de Passo di Erbe met zijn prachtige lange afdaling gevolgd door de 34 km lange klim naar de Gardena missen? Nee dus. De een kiest vooral voor prestatie de ander voor het genieten en de belevenis. Ieder stelt zijn eigen prioriteiten en als de keus bewust gemaakt wordt is het altijd een juiste keuze! Erik stopte onderweg om een foto te maken van een mooie vlinder, gewoon omdat hij dat belangrijker vindt dan een toptijd, ook al komt hij daardoor 15sec te laat om een volgende keer in een voorste startvak te mogen starten! Peter Brouwer daarentegen nam wel rust toen hij in het begin van de week in Italië weer last kreeg van zijn knie, waarna hij vervolgens een goede Maratona reed. Ieder zijn keus en het kan allemaal. Tashi Delek!
Ik word gestoord in mijn overpeinzingen als er een landgenoot naast me komt rijden die met de kreet: “Ze smaken zoals ze kraken!” een gesprek begint. Mijn fiets kraakt namelijk al de hele week. Het zit hem in het achterwiel maar wat precies de oorzaak is hebben we niet kunnen vinden. Vermoedelijk ligt het aan de cassette waar ik een 28 achter heb gestoken. Hij begint mij spontaan uit te horen wat ik er al aan gedaan heb en overstelpt me met goede raad. Als er echter geen nieuwe gegevens boven komen en blijkt dat ik alles al geprobeerd heb besluit hij het gesprek met de conclusie dat er dan niets anders op zit dan maar gewoon door te rijden en hij voegt daar nog aan toe: ”Zolang je zelf nog niet begint te kraken is alles nog mogelijk!”
Ik ben nu ongeveer halverwege en heb een schitterend uitzicht langs de vele bochten. Ik kan zowel de top zien als het dal met Arraba en waar ik ook kijk, ik zie één lang lint van fietsers in felle kleuren de weg vullen. “Diamo colore alle strade!” Het staat terecht op onze shirts.
Kennelijk vindt ook de cameraman van de RAI dit een mooi plaatje want hij nadert tot vlak bij ons en door twee bochten heen zie ik de heli vlak voor me vliegen en de camera op ons gericht. Ik trek mijn SVH shirtje even recht en strijk mijn snor glad! Als ik dan toch in beeld ben….
Na een korte stop op de top van de Pordoi vervolg ik mijn weg weer en passeer achtereenvolgens zonder noemenswaardige voorvallen de Sella en de Gardena. Vooral in dit gedeelte is het landschap indrukwekkend en van een adembenemende schoonheid. Rechts de kale en ongenaakbare loodrechte wanden van de Sella groep, links het rijk en afwisselend begroeide dal terwijl de weg slingerend omhoog gaat, deels tussen de bomen en dan weer meer open. Genietend van de omgeving voel je nauwelijks de inspanning en rijd je als in flow omhoog. Boven op de Sella worden we welkom geheten door een Tibetaan die in een traag ritme op een grote gong slaat waarvan het sonore geluid de goede wensen die het symboliseert tot ver over de omgeving draagt. De afdaling van de Sella is de enige die door een slecht wegdek enig gevaar oplevert maar daar staan dan ook vrijwilligers met gele vlaggen en fluitjes om de fietsers te waarschuwen (Perfecte organisatie!). De meesten passen hun snelheid aan. Na een bloedsnelle afdaling van de Gardena kom ik weer in Corvara. Hier kun je finishen voor de 55km van de Sella Ronde maar ik kies er voor om door te gaan en tussen de honderden(!) toeschouwers door begin ik aan de tweede beklimming van de Campolongo.
Na de afdaling gaan we nu in Arraba linksaf richting Cernadoi. Een lang golvend stuk met delen prettig vals plat omlaag maar met de wind tegen. Ook al omdat ik me niet echt sterk voel heb ik niet zo veel zin hier het kopwerk te doen. Ik kijk dus wat om me heen en zie dat ik niet de enige ben die aarzelt. Uiteindelijk neemt er iemand de kop en nieuwsgierig kijk ik op zijn rugnummer. Een herinnering schiet door mijn hoofd. Ik kan niet goed zien of het echt dezelfde naam is maar het gevolg is wel dat er een verhaal uit “43 Rennersverhalen” van Tim Krabbé door mijn hoofd speelt: “Hutsebaut de treurige”. Krabbé vertelt daarin over een opmerkelijke Belg die kort na elkaar twee koersen won. Lijkt niks bijzonders, twee overwinningen. Maar dat klinkt heel anders wanneer je er bij vertelt dat in één van die twee ritten, de E3 prijs Harelbeke hij de sprint won van drie en dat de andere twee Eddy Merckx en Walter Godefroot waren! Korte tijd later stopte de man met wielrennen omdat hij er geen zin meer in had….Tja. Had ik hier nu te maken met een nazaat van deze Belg? Was hij het zelf? Hij leek oud genoeg. Toch weer zin in fietsen gekregen misschien? Later zou ik zien dat de naam van de man voor mij Theo Isbauts was, uit Bavel in N-Brabant en dat het dus niet om Hubert Hutsebaut ging. Overigens was Theo wel oud genoeg, 65 en zou hij zo’n 7 minuten sneller rijden dan ik.
Omdat we hier dus aanvankelijk niet al te snel rijden worden we spoedig ingehaald door anderen bij wie we dankbaar aansluiten en gaandeweg vormt zich een peloton van 40-50 personen, voornamelijk Italianen. In elk geval klinken de opgewonden en voortdurend ratelende stemmen erg Italiaans. Ik krijg heel wat opmerkingen naar het hoofd over het voortdurend gekraak van mijn fiets maar ik kan niet anders dan verontschuldigend mijn schouders ophalen waarna men hoofdschuddend en met expressieve handgebaren zijn weg vervolgt. Ze rijden trouwens ook zoals ze praten: rap, expressief en zeer onrustig. Ik laat me maar naar achterin het peloton zakken, het gaat mij allemaal veel te nerveus.
We passeren met hoge snelheid een klein dorpje waarin, tussen de huizen en onder een poortje door, de weg plotseling minder dan half zo breed wordt maar het gaat goed en het peloton spoed zich voort. Dan bereiken we een punt waar er weer zo’n beslissing genomen moet worden die van doorslaggevende betekenis kan zijn voor de rest van je leven: Ga ik links af of rechts af? Kies ik voor de “makkelijke” Falzarego (wat heet, 12km gem. 6,7%) of pak ik de verschrikkelijke Passo di Giau? Verbeeld ik het me of staat er een bord met twee pijlen: Mannen Links, Kerels Rechts! (Jongens zijn na de Sella Ronde al gefinisht.) Hoe dan ook, ik kies voor Rechtsaf en voort gaat het met een kleiner peloton weliswaar, maar niet minder snel. Op de Colle Santa Lucia valt de groep uit elkaar en velen stoppen voor een laatste bevoorrading vóór de Giau. Ik check mijn drinken, neem een energy gel en ga door. Ik zie dat er iemand op het punt staat weer op te stappen op zijn fiets met van die hele mooie carbon wielen met aerodynamische velgen. Kost een paar centen maar dan heb je ook wat. Tijdens de afdaling hoor ik steeds dat mooie geluid van die velgen op het ritme van zijn trappen: woesj, woesj, woesj.
Dan is het zover, bruggetje over, linksaf en onmiddellijk begint de klim. Ik kijk vooruit en zie een prachtige weg omhoog maar wel met een vrij heftig stijgingspercentage.
Bram Tankink zou hier ongetwijfeld tegen de berg zeggen: “Wat ben jij een verschrikkelijk mooie berg!” om zo de berg vriendelijk te stemmen en het daardoor minder zwaar te hebben. Ik schakel onmiddellijk terug naar het kleinste verzet 34/28 en ga over op een cadans van 60/min., meer zit er niet in. Dan hoor ik vanachter weer dat mooie woesj, woesj, woesj in hoog tempo naderen. Ik denk nog: zo die gaat er tegenaan, als het ritme verandert in woesj……………….woesj…………..woesj om dan, nog voor het mij bereikt over te gaan in woesj………………………………….woesj…………………………..………………woesj en geleidelijk verdwijnt het geluid naar achteren en hoor ik alleen nog maar het sinds een week zo “vertrouwde” krrk, krak , krrk van mijn eigen fiets.
Zelfs de Italianen om mij heen zwijgen!
De enige menselijke geluiden bestaan uit kreunen en steunen en zwoegende ademhaling. Gestadig zwoeg ik voort. Als ik ongeveer halverwege de klim door een tunneltje rijd denk ik aan een week eerder. Het tunneltje leek toen eindeloos lang, terwijl het slechts 268 m meet en aan het eind ben ik toen gestopt waarbij ik mijzelf voorhield dat het echt alleen maar om sanitaire reden was. De waarheid is dat ik eerst enige tijd op mijn benen stond te trillen voor ik in staat was mijn fiets los te laten en te doen wat ook nodig was. Nu rijd ik door, ik ben gelukkig wel wat hersteld in de afgelopen week. Wel merk ik op dat het tunneltje ook bij anderen populair is! Tussen bocht 17 en 18 is de klim net even iets minder steil en ik ben dan ook verbaasd dat ik juist hier inloop op een “wereldkampioen”. Hij heeft in elk geval een complete met regenboog getooide outfit aan. Ik zie dat hij een Duitse naam heeft en behoorlijk zwaar gespierd is, het zou een baansprinter kunnen zijn. Als ik vlak achter hem zit stopt hij en met een zucht, zo diep dat hij reikt tot de voet van de berg, stapt hij af. Bodybuilding en klimmen? Geen juiste combinatie. Zo langzamerhand staat mijn verstand op nul en mijn blik op oneindig en vanaf bocht 20 zakt mijn cadans naar 50/min. Dit is, in elk geval mentaal, het zwaarste deel. Pal in de zon en nog zonder dat je ziet dat de top nadert. Bij bocht 24 ligt een parkeerplaats die bijna horizontaal is en bij een restaurant hoort, kennelijk een populaire plek bij fietsers, afgemeten aan het aantal geparkeerde fietsen. De begroeiing wordt dunner en kaler en de top is in zicht. Het lijkt wat makkelijker te gaan en met een oh zo voldaan gevoel passeer ik de matten op de top, waar ik stop en de tijd neem om wat energie te tanken en nog één keer de bidons te vullen. De afdaling is in het eerste deel snel met lange rechte stukken maar dan volgt een technisch laatste deel met heel veel korte haarspeldbochten die elkaar snel opvolgen. Zit je op de goede lijn en kun je die vasthouden dan is het genieten, zo niet dan is hij lastig en zeer vermoeiend. Vandaag geniet ik, vorige week, toen ik hier echt kapot zat, leek het veel lastiger en veel langer te zijn.
Aan het eind van de afdaling volgt meteen, zoals vrijwel steeds in deze rit, weer een beklimming: de Falzarego. Op zich niet bijzonder zwaar of zo, 12 km 5-6% met tussendoor ook nog flink wat vals plat, alleen het laatste stuk is ongeveer 8%. Maar zoals Erik treffend opmerkte: “De Giau sloopt je en de Falzarego maakt het af”! Ik heb het moeilijk. Door een mooi en bosrijk landschap zwoeg ik omhoog en kan nauwelijks genieten van de prachtige natuur. Er komen mij meer mensen voorbij dan mij lief is, maar uiteindelijk zie ik toch de top voor mij opdoemen. Weer een man die mij passeert maar deze kijkt me aan en zegt: “Goed gedaan Gert”, ik bedank hem en nadat ik zijn naam op zijn rugnummer heb gelezen voeg ik er nog aan toe: “Je gaat zelf ook niet slecht Willem”. Hij steekt een hand op en gaat voort. Willem Appeldoorn 54 jr. uit Amsterdam zal 4 minuten vóór mij eindigen. Als je denkt dat je er bent op de top van de Falzarego wacht je een onaangename verrassing. Je moet nog “even” door naar de Passo Valparola 1,2km en 83m omhoog. Een peulenschil? In dit stadium voelt niets meer gemakkelijk aan maar ik red ook die laatste meters.
De laatste afdaling is er weer zo een van plat op het stuur en laat maar gaan. Mooie overzichtelijke en brede weg, slechts enkele bochten waar je moet remmen, razendsnel over een rotonde tussen vele toeschouwers door. Puur genot. Vanaf La Villa is het dan vals plat omhoog en hier zie ik dat er nog heel wat zijn die het minstens zo moeilijk hebben als ik. Dan onder de rode driehoek door (moraal!) voor de laatste kilometer en om 13:53:17,0 passeer ik de finish door een haag van enthousiaste toeschouwers en bravo geroep. Ik zie op het elektronische bord mijn naam, afstand en tijd voorbij flitsen. Ik ben één van de 3976 personen die de hele Maratona over 138 km reden van de in totaal 8282 finishers over de verschillende afstanden!
Even genieten van het voldane gevoel.
Mijn chip inwisselen, ik kies voor een cap met Maratona symbolen, wat drinken, pasta maaltijd of niet? Geen trek. Massage? Te druk. Nog even rondkijken maar dan richting hotel.
Tot in La Villa kom ik vele fietsers tegen die nog onderweg zijn, ik geef ze uiteraard voorrang en dan tenslotte nog éénmaal dat hele steile weggetje op naar het terras van het hotel. Hier wordt ik begroet met weer dat typische verschil in houding van verschillende deelnemers. De eerste steekt zijn handen in de lucht, applaudisseert en roept bravo! De volgende zegt héél nadrukkelijk: “Goede middag” op een toon die duidelijk moet maken dat hij er al een hele poos is en ik, krabber die ik ben, nu eindelijk ook arriveer. Tashi Delek denk ik dan maar!
Chris en Erik zijn er al een poos en begroeten mij enthousiast. Opgefrist en wel, zijn zij via internet de tijden aan het checken die vrijwel direct na de finish al beschikbaar zijn. Een eerste analyse leert dat we elk op een eigen wijze tewerk zijn gegaan. Chris ging er duidelijk voor, en vooral zijn laatste deel was sterk. Erik vond zelf dat hij niet zo goed ging maar beschouwde de Campolongo als “zijn” berg en zette daar ook de snelste tijd neer van alle SVH-ers, ikzelf begon behoudend met vooral als doel de hele Maratona uit te rijden, merkte dat het mee viel en schoof na de Sella Ronde gestadig op in het klassement zonder ooit het gevoel te hebben echt goed te zijn.
Tenslotte, omdat velen onder u natuurlijk ook heel benieuwd zijn naar de tijden en prestaties een klein overzicht van de clubleden waarvan ik de gegevens heb kunnen vinden:
Peter Brouwer 5:55:05,8 Totaal 308e In klasse M3 102e
Chris Schmidt 5:59:43,2 370e M3 126e
Erik Volger 6:15:14,3 628e M2 119e
Fons Verhoeven 6:46:00,4 1209e M4 300e
Gert Stegeman 7:35:44,2 2279e M6 70e
Er werden ook nog enkele tussentijden gemeld waarvan ik de beklimming van de Giau hieronder weergeef. De Giau is 9,8 km lang met een gem. percentage van 9,3.
Snelverzetters klimmen kennelijk best aardig
Peter 50min 15sec. stijgt van plaats 159 naar 114 in zijn klasse.
Chris 51min 15sec. stijgt van plaats 224 naar 163 in zijn klasse
Erik 55min 20sec. stijgt van plaats 148 naar 142 in zijn klasse
Fons 63min 17sec. stijgt van plaats 339 naar 328 in zijn klasse
Gert 65min 35sec. stijgt van plaats 79 naar 68 in zijn klasse
Maratona dles Dolomites; Een beauty onder de cyclosportieve tochten, óók als toertocht.
Een absolute aanrader!